Niet iedereen verwerkt informatie op dezelfde manier. Er is een onderscheid tussen auditief-sequentieel denken en visueel-ruimtelijk denken. Auditief-sequentiële denkers denken en leren vooral stapsgewijs en in woorden, visueel-ruimtelijk denkers leren en denken vooral in beelden. In Nederland wordt deze leerstijl ook wel beelddenken genoemd. Ik gebruik liever de term visueel-ruimtelijk denken, omdat deze mijns inziens beter de volledige lading dekt.

 

Iedereen wordt als visueel-ruimtelijk denker geboren, een baby beschikt immers nog niet over taal. Alles is zintuiglijk. Gaandeweg de ontwikkeling wordt taal gekoppeld aan beelden en rond het vierde jaar ontwikkelt een kind een voorkeur voor het visueel-ruimtelijke of het auditief-sequentiële leersysteem. De basisschool heeft als taak om kinderen het talige, analytische en procedurele denken aan te leren en rond het elfde jaar zou er dan een balans moeten zijn tussen beide leersystemen. Echter, bij ruim 10% van de leerlingen ontstaat deze balans niet, zij blijven een (sterke) voorkeur houden voor visueel-ruimtelijk leren.

 

Mensen met een voorkeur voor visueel-ruimtelijk denken denken in beelden en gebeurtenissen, het denken is dus non-verbaal. Deze beelden volgen elkaar heel snel op, zo rond de 32 beelden per seconde. Visueel-ruimtelijke denkers denken heel associatief en overzien snel het geheel, waardoor vaak ook snel oplossingen gevonden worden voor problemen. Het onder woorden brengen van gedachten is echter vaak moeilijk, mede doordat dit veel langzamer gaat (ongeveer 2 woorden per seconde). 

 

Visueel-ruimtelijke denkers zien snel het grote plaatje en begrijpen ideeën vaak in één keer omdat ze in gedachten relaties zien. Zij kunnen oplossingen dan ineens zien (“aha!”), zonder uit te kunnen leggen hoe ze dat weten of welke stappen ze doorlopen hebben. Dit maakt hen heel creatief en inventief, zij zien vaak oplossingen waar anderen zich blind op staren. Andere positieve kenmerken van visueel-ruimtelijke denkers zijn dat ze dingen vaak goed aanvoelen, een brede belangstelling hebben en doorzetters zijn. Zij kunnen goed organiseren en leidinggeven, doordat zij het geheel blijven overzien.

 

Ondanks al deze mooie kenmerken lopen visueel-ruimtelijk denkende kinderen toch vaak tegen problemen aan op school. Zij hebben eerst inzicht in de bedoeling nodig en gaan vanuit het overzicht over de lesstof automatiseren. Ze maken geen afzonderlijke stappen, maar zien alles tegelijk. Het is voor hen moeilijk om de lesstof op school te volgen, omdat deze in hapjes wordt aangeboden. Wanneer het totaaloverzicht ontbreekt kunnen deze hapjes niet binnen de context geplaatst worden en voelen ze als betekenisloos, waardoor ze minder makkelijk onthouden worden. Daarbij wordt de leerstof ook nog eens voornamelijk verbaal aangeboden en dat is niet de beste leeringang voor visueel-ruimtelijke denkers. Zij hebben het nodig om zoveel mogelijk leeringangen in te zetten om zich de stof eigen te maken: visueel, auditief, ritmisch, tactiel en motorisch.

 

Doordat het aanbod op school zo ver afstaat van wat het kind nodig heeft om tot leren te komen kunnen leerproblemen ontstaan. We zien dan dat het intelligente, creatieve, breed geïnteresseerde leerlingen niet lukt om zich de leerstof eigen te maken. Problemen kunnen ontstaan bij het leren lezen en rekenen op de basisschool, maar ook als grote hoeveelheden talige informatie verwerkt moeten worden op de middelbare school of tijdens een studie. Zelfs in het werkzame leven kunnen mensen hinder ondervinden van een (te) sterke voorkeur voor visueel-ruimtelijk denken.

 

Door de kennis over de werking van het brein te vergroten en strategieën aan te bieden die wel passen bij visueel-ruimtelijke denkers kunnen zij beter tot leren komen.

 

Ik help daar graag bij!